La Borde

De helende kracht van La Borde: zes maanden in een kasteel

Van 2012 tot 2013 liep ik zes maanden stage in La Borde, een psychiatrische kliniek in een kasteel in Cour-Cheverny (Loir-et-Cher). Ik verbleef er zelf in het kasteel. Een unieke ervaring die mijn blik op de psychiatrie blijvend heeft gevormd.

La Borde werd in 1953 opgericht door psychiater en psychoanalyticus Jean Oury (1924-2014). Ik herinner me onze diepgaande gesprekken nog heel goed. Af en toe vroeg hij me om tijdens mijn ochtendloop langs het cafeetje in het dorp te gaan en een doosje sigaren voor hem mee te brengen. Hij blijft me bij als een rustige, empathische en briljante psychiater, met wie ik vanaf het begin van mijn stage een heel goede verstandhouding had.

Setting en Visie

In La Borde verblijven voornamelijk volwassenen met een psychotische problematiek, maar ook mensen met een neurotische of perverse structuur. Er is plaats voor een honderdtal pensionnaires; daarnaast komen mensen van het hôpital de jour enkele dagen per week overdag langs. De kliniek telt vijf sectoren: l’Extension, les Bois, le Parc, les Pilotis en le Rez-de-Chaussée. Die laatste is anders dan de rest: er zijn geen kamers, maar wel het grote salon, de keuken en de eetzaal. Daar staat het onthaal centraal, met een belangrijke rol voor de mensen van de GAP (Groupe d’Accueil Permanent).

La Borde werkt volgens de principes van de Institutionele Psychotherapie. Niet alleen de pensionnaires, maar heel de kliniek is ‘ziek’ en moet verzorgd worden, door iedereen die er aanwezig is. Zowel het personeel als de pensionnaires kunnen een verzorgende rol opnemen. Loopt er iets niet goed, dan is dat een symptoom van iets dat niet goed functioneert, en moeten bepaalde zaken in vraag gesteld worden.

“Pour soigner les malades, il faut soigner l’hôpital.”
Om de patiënten te verzorgen, moet je eerst het ziekenhuis verzorgen. (Kernprincipe van de Institutionele Psychotherapie)

Vrijheid, ontmoeting en gelijkwaardigheid

Pensionaires krijgen de ruimte om zelf initiatief te nemen, actief deel te nemen en zo hun eigen verhaal te schrijven. Een belangrijk orgaan daarbij is de Club, een vereniging die volledig onafhankelijk van de kliniek werkt. Het Comité Hospitalier regelt de afspraken: de Club krijgt geld en werkuren van de moniteurs, in ruil voor het huishouden, de afwas, de tafeldienst en de vervoersdienst (la Chauffe). Iedereen in La Borde maakt deel uit van de Club, en in het bestuur zetelen zowel moniteurs als pensionaires. Vanuit de Club ontstaan allerlei ateliers, zoals pottenbakken, theater, dans, de post en de krant, en ook uitstappen.

In La Borde geldt het principe van vrije circulatie: pensionaires gaan en staan waar ze willen, en iedereen is er vrijwillig opgenomen. Dat maakt veel toevallige ontmoetingen mogelijk. Niet iedereen klikt met iedereen, en dat hoeft ook niet: er worden net verschillen en openingen voorzien, zodat ieder zijn eigen weg kan vinden. Ieder ontvangt en wordt ontvangen in zijn eigen singulariteit.

Het personeel wordt er ‘moniteurs’ genoemd. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen statuten of diploma’s: men werkt volgens eigen capaciteiten, passies, interesses en verlangens. Zo wil La Borde verticale hiërarchie vermijden. Iedereen doet hetzelfde werk en heeft het recht om te spreken. Tijdens mijn stage was Marc Ledoux een uitzondering: als psychoanalyticus, filosoof en socioloog nam hij ook de Szondi-test af en had hij een eigen bureau om pensionaires te ontvangen. Ik prijs mezelf gelukkig dat hij mijn stagementor was.

Ruimte voor Heling en Hoop

In zijn boek Waar zijn we toch mee bezig uit Marc Ledoux zijn kritiek op het kwaliteitsdecreet en op de manier waarop het beleid de psychiatrie probeert te sturen. Aan de hand van klinische voorbeelden toont hij hoe de Institutionele Psychotherapie in de praktijk werkt, en stelt hij ze voor als alternatief.

Twee recensies: Eén van de hand van dr. Ludi Van Bouwel en één van dr. Marc Calmeyn. Ledoux, M. Waar zijn we toch mee bezig. Institutionele Psychotherapie in weerstand en dialoog met de Kwaliteitspsychiatrie. De titel van het boek, Waar zijn we toch mee bezig, is de Nederlandse vertaling van Qu'est-ce que je fous là en verwijst naar een zichzelf bevragende dynamiek. In die vraag bevragen we de zin van ons werk. Het is een zelfbevraging die aan elke vorm van kwaliteitszorg vooraf gaat en een opening creëert tot een dialoog. Een sluitend antwoord is hier onmogelijk er is alleen een richting te geven. De auteur Marc Ledoux, filosoof, socioloog en psychoanalyticus, werkt reeds dertig jaar in de Franse Clinique de Cour-Cheverny (La Borde), bakermat van de Institutionele Psychotherapie (IP) en geeft sinds vele jaren via seminaries en voordrachten in diverse gezondheidsvoorzieningen in Vlaanderen dit IP-denken door. In dit boek confronteert hij de hedendaagse psychiatrie van de kwaliteitszorg met de beweging van de Institutionele Psychotherapie. Waar hij aanvankelijk de twee modellen tegenover elkaar plaatst, tracht hij op het einde van het boek een mogelijkheid tot dialoog voor te stellen. Vandaar de ondertitel: Institutionele Psychotherapie in weerstand en dialoog met de Kwaliteitspsychiatrie.