Over mij
Mijn naam is Katia De Lamper. Ik ben klinisch psycholoog van opleiding, ervaringsdeskundige in psychosegevoeligheid en iemand die het leven niet alleen doorstaat, maar het voluit leeft, ook met psychotische belevingen. In mijn dossier staat de diagnose schizofrenie; zelf spreek ik liever van psychosegevoeligheid. Ik ken de storm van binnenuit.
Mijn verhaal
Ik heb meerdere psychoses overleefd. De eerste overviel me toen ik negentien was. Na het overlijden van mijn mama op 25 mei 2015 volgden de decompensaties, de momenten waarop mijn psychisch evenwicht volledig wegviel, elkaar in hoog tempo op, en vaak was een opname noodzakelijk.
Geen twee psychoses zijn hetzelfde. Ze verschillen van persoon tot persoon, en ook binnen één persoon heeft elke episode haar eigen gezicht. In mijn psychoses duiken telkens elementen op uit mijn traumatische voorgeschiedenis: misbruik, geweld en zwaar grensoverschrijdend gedrag door mensen die mij hadden moeten beschermen. Mijn psychoses staan dan ook niet los van mijn levensverhaal; ze dragen er de sporen van.
Ook het voorbije jaar bleef ik niet gespaard. Op 24 december 2025 werd ik opgenomen voor een kortdurende crisisbehandeling op een psychiatrische afdeling in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik bracht er Kerstmis en Nieuwjaar door, en precies rond die jaarwisseling schreef ik The Arithmetic of Ash, een drieluik dat bestaat uit When Fire Learned to Count, To Rise Without Leaving Her Behind en The Phoenix I Never Asked to Become. Op 13 januari 2026 mocht ik weer naar huis.
Een paar maanden later liet ik een prachtige Phoenix tatoeëren op mijn rechterarm. Voor mij betekent ze de herrijzenis uit een doods jaar, 2025. Dat jaartal is geen toeval: het getal 25 draagt voor mij een heel persoonlijke betekenis. Waarom dat zo is, ontdek je wanneer je mijn teksten leest.
De crisisopname bleek niet voldoende om me er echt bovenop te helpen. Op 4 juni 2026 werd ik opnieuw opgenomen, deze keer op een afdeling die gespecialiseerd is in de behandeling van psychose. Daar volgde ik een intensief programma met zowel groepstherapie als individuele begeleiding. Ik verbleef er drie maanden, tot 4 september 2026.
Amper twee weken na mijn ontslag stond me een volgende beproeving te wachten, dit keer op lichamelijk vlak. Mijn linkerenkel was al lange tijd instabiel en liet me, ondanks een lange periode kinesitherapie, een brace en een kruk, telkens opnieuw in de steek. Op 21 september 2026 onderging ik daarom een zware operatie aan die enkel. Eerst zit mijn been zes weken in het gips, tot begin november 2026. Daarna volgen zes weken revalidatie, waarin ik met de hulp van een kinesitherapeut opnieuw kracht en beweeglijkheid in mijn enkel moet opbouwen. In totaal duurt het ongeveer een jaar na de operatie, tot rond september 2027, vooraleer ik opnieuw normaal zal kunnen stappen.
Het is een jaar dat veel van me gevraagd heeft, en dat nog altijd veel van me vraagt. Ik schrijf dit vanuit de plek waar ik nu sta: midden in mijn herstel, met de wil om stap voor stap verder te gaan.
Herstel
Maar dit is geen verhaal van enkel overleven. Mijn herstel is nog volop gaande, en onderweg ontdekte ik iets wezenlijks: de sleutel tot een betekenisvol en kwalitatief leven ligt niet in het ontvluchten van mijn ervaringen, maar in het omarmen ervan.
Wat mij daarbij helpt, is herstelpoëzie. Over wat ik in belangrijke periodes van mijn leven heb meegemaakt, kan ik niet zomaar praten of gewoon schrijven. In poëzie lukt dat wel: de creatieve vorm maakt verwerking mogelijk waar gewone woorden tekortschieten. Ik geef mijn verbeelding en taalgebruik daarbij alle ruimte en ben niet bang om tegen heilige huisjes te schoppen. Schrijven is voor mij een manier om mezelf telkens opnieuw uit te vinden.
Even belangrijk zijn de mensen rondom mij: lotgenoten, het team van PsychoseNet en mijn beste vriend en soulmate, Nonkel Carlos. Zij zijn mijn ankers in de storm, en in de verbinding met hen vind ik telkens opnieuw houvast.
Wat ik uiteindelijk nastreef, vat ik samen in één zin: trachten te blijven, hier, in de gedeelde wereld.
Schrijven in de storm
In mijn vrije tijd lees ik graag en schrijf ik veel. Mensen die psychosegevoelig zijn, hebben vaak nood aan een uitlaatklep voor hun creativiteit. In de psychoanalyse heet dat sublimatie: innerlijke spanning, onrust of heftige gevoelens omzetten in iets creatiefs en waardevols. Sommigen gaan schilderen, anderen boetseren. Bij mij is dat schrijven. Ik speel graag met taal, ook in verschillende talen, en gebruik die om vorm te geven aan wat ik in mijn psychoses meemaakte.
Tijdens een psychose verloopt mijn denken zo snel dat ik het nauwelijks kan bijhouden: een ware gedachtewaterval. Gedachten haken in elkaar op klank en associatie, springen van het ene woord naar het volgende en wisselen moeiteloos van taal. Dat is ook voor mezelf erg bevreemdend, want ik vind dan moeilijk wat ik altijd “de uitknop” noem. Wat ik in die toestand kon vasthouden, schreef ik neer zoals het kwam: ongefilterd en in fragmenten. Zo ontstonden de Breinkronkels, met regels als “Care≠Cave≠Cage”. Moeilijk te volgen, maar een eerlijke inkijk in een hoofd in de storm. Omdat mijn woorden soms ver af staan van wat ze voor mij betekenen, licht ik ze toe. Zo krijgen lezers een idee van waar ze vandaan komen, en ontstaan er geen misverstanden.
Engagement
Vandaag zet ik mijn ervaring bewust en doelgericht in. Op 30 juni 2026 behaalde ik aan de Universiteit Gent (Dunant Academie) mijn getuigschrift Herstelondersteunende Geestelijke Gezondheidszorg. Dat ik dit wist af te ronden in een van de zwaarste jaren van mijn leven, betekent veel voor me. Herstelondersteunende zorg vertrekt niet enkel vanuit klachten en symptomen, maar vanuit de mens zelf: wat iemand belangrijk vindt, wat kracht geeft en hoe ervaringskennis een volwaardige plaats krijgt naast professionele kennis. In de masterclasses van die opleiding bracht ik de presentatie Verbindingsvonkjes, over micro-interventies van zorgverleners: heel kleine acties die er ogenschijnlijk niet toe doen, maar voor zorgvragers een wereld van verschil kunnen maken.
Ik verwerkte daarin onder meer Het zachte anker, het vijfde deel van De taal van de terugkeer, mijn negendelige blogreeks op PsychoseNet. Daarin beschrijf ik wat ik ervaarde tijdens een opname op een gespecialiseerde psychoseafdeling. Toen alles wankelde, gaf de aanwezigheid van één mens die bleef, zonder iets te willen repareren, mij houvast:
Je vroeg niets.
Je repareerde niets.
Je bleef alleen maar bij me.
De volledige reeks is te lezen op www.psychosenet.be.
Als ambassadeur en vrijwillig ervaringsdeskundige zet ik mij met hart en ziel in voor PsychoseNet België. Samen doorbreken we taboes, bestrijden we het stigma rond psychose en schizofrenie, en bouwen we aan openheid, verbinding en hoopvol herstel. Ik weet uit eigen ervaring hoe hardnekkig de vooroordelen zijn, in de media én in de zorg. Dit vrijwilligerswerk geeft me duidelijke doelen: een stem geven aan herstel, creativiteit en menselijke veerkracht.
“PsychoseNet geeft mij betekenisverlening en voedt mijn brein; samen halen we het taboe rond psychische kwetsbaarheid neer en maken we ruimte voor verbinding.”
La Borde
Mijn blik op de psychiatrie werd ook gevormd door een stage van zes maanden in La Borde (2012-2013), de Franse kliniek van psychiater Jean Oury in Cour-Cheverny, in de Loirevallei, niet ver van Blois. Oury opende de kliniek in 1953 in een oud kasteel en leidde ze tot aan zijn dood in 2014. Samen met onder meer de filosoof en psychoanalyticus Félix Guattari maakte hij er een plek waar psychiatrie op een heel andere manier werd beleefd.
La Borde is bekend om de institutionele psychotherapie: de overtuiging dat niet alleen de patiënt zorg nodig heeft, maar ook de instelling zelf. De manier waarop een kliniek georganiseerd is, kan mensen helpen herstellen of hen net zieker maken. Daarom spreekt men er niet van patiënten maar van bewoners, en helpen die bewoners de kliniek mee draaiende te houden. Het personeel werkt met “la grille”, een rooster waarop de taken voortdurend wisselen. Wie vandaag zorg verleent, staat morgen in de keuken of doet de schoonmaak. Zo vervaagt de grens tussen verzorger en verzorgde. Bewoners en personeel organiseren samen het dagelijkse leven via de Club, een vereniging met eigen vergaderingen en tientallen ateliers. Elke zomer brengen ze samen een theatervoorstelling, wat filmmaker Nicolas Philibert vastlegde in zijn documentaire La Moindre des choses (1997).
Ik verbleef er als stagiaire in het kasteel zelf, en dat was een unieke ervaring. Ik ervaarde er hoe zorg eruitziet wanneer iedereen zowel verzorger als verzorgde is. Er werd hard gewerkt, maar het werk met mensen die psychosegevoelig waren, deed me goed. Ik verstond hen op een manier waarop veel anderen dat niet konden, en waar anderen moeilijk een echte band met hen kregen, lukte dat mij wel. Mijn diepgaande gesprekken met Jean Oury zijn me altijd bijgebleven, net als de ochtenden waarop ik tijdens mijn looprondje een doosje sigaren voor hem meebracht uit het dorp.
La Borde bestaat nog altijd, al staat die bijzondere manier van werken onder druk, omdat ook La Borde moet voldoen aan de regels en normen van de overheid. Wat ik er leerde, heeft me in positieve zin gevormd, en ik draag het vandaag nog altijd mee.
Wat mij drijft
Muziek is voor mij meer dan geluid dat de stilte breekt. Het is de brug die mij verbindt met de wereld, en een helende kracht die zelfs in de diepste stormen haar kalmte bewaart. Mijn breinhonger stil ik met psychoanalyse, fenomenologie en het spelen met talen. Want waarom zou je de grenzen van je gedachten niet opzoeken, als ze je toch geen grenzen kunnen stellen?
Fortes fortuna adiuvat.
Het geluk helpt de dapperen. (Terentius)
Deze woorden kwam ik voor het eerst tegen in mijn eerste jaar Latijn. Ik printte ze en hing ze boven mijn bureau op het prikbord, als extra motivatie om goed te studeren. Dat deed ik, en ik werd ervoor beloond.
De spreuk raakt mij ook omdat ze zo dicht aansluit bij wat mijn mama me vaak meegaf: blijf doorgaan. Ook als je kwaad bent of ruzie hebt, als het lastig of eentonig wordt, of als het te moeilijk lijkt en je de handdoek in de ring wilt gooien. Ook als je niet in topvorm bent of liever iets anders doet. Stel niet steeds alles uit, maar zet door. Dankzij mijn lieve mama ben ik een echte doorzetter geworden.
Voor mij brengt de spreuk dat allemaal samen: de moed om te durven en de kracht om door te zetten. Daarom liet ik ze vol vuur op mijn linkeronderarm tatoeëren. Zo draag ik de woorden van mijn mama altijd met me mee.
Mijn missie
Met deze website wil ik een eerlijke en persoonlijke kijk geven op psychose. Ik wil laten zien hoe een psychose echt aanvoelt, zonder iets mooier of erger te maken dan het is. Er is de chaos, wanneer alles te snel gaat en je niet meer weet wat echt is. Er is de kwetsbaarheid, met angst, verwarring en schaamte. Maar er kan ook kracht in schuilen. Denk aan veerkracht, de kracht om na een moeilijke periode weer op te staan, en soms ook aan creativiteit en een dieper begrip voor anderen.
Zo wil ik psychose humaniseren: laten zien dat achter elke psychose een mens met een eigen verhaal staat. Symptomen zijn de klachten die je aan de buitenkant ziet, maar daarachter zit altijd een geschiedenis. Wat iemand meemaakte, zoals een groot verlies of een periode van zware stress, kan helpen begrijpen wat die persoon nodig heeft. Het helpt om niet alleen te vragen wat er mis is met iemand, maar vooral wat er met iemand gebeurd is.
Ik wil ook vooroordelen doorprikken en het stigma bestrijden. Stigma is het negatieve etiket dat mensen opgeplakt krijgen, waardoor ze anders bekeken of buitengesloten worden. Wanneer de media over iemand met een psychose berichten, gebeurt dat bijna altijd in een negatief daglicht. Het beeld is telkens hetzelfde: wie een psychose heeft, zou niet te vertrouwen, labiel en gevaarlijk zijn. Films en series versterken dat beeld nog. Maar de werkelijkheid is anders. Onderzoek toont aan dat mensen met een psychose veel vaker slachtoffer worden van geweld dan dat ze zelf geweld plegen. Ook andere vooroordelen kloppen niet. Een psychose is geen gespleten persoonlijkheid, en het is evenmin een kwestie van wilskracht: je kunt er niet gewoon overheen stappen.
Mensen met een psychose zijn gewoon mensen, net als iedereen. We zijn geen vreemde wezens van een andere planeet, en niemand is zijn diagnose. Misschien zijn we anders bedraad en kijken we door een andere bril naar de wereld. Maar is dat daarom fout? Ik denk het niet.
Normaal bestaat trouwens niet. Wie denkt normaal te zijn, is het meestal niet. Die gedachte vind ik ook terug bij Paul Verhaeghe, professor emeritus aan de Universiteit Gent, wat betekent dat hij er inmiddels met pensioen is. In zijn boek Over normaliteit en andere afwijkingen laat hij zien dat elke samenleving zelf bepaalt wat zij “normaal” noemt. Ik kreeg jarenlang les van hem. Hij kon complexe materie helder en boeiend overbrengen, en ik heb veel van hem geleerd.
Deze website is er voor iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks met psychose te maken heeft. Dat zijn mensen die het zelf meemaken of meemaakten, maar ook hun naasten, zoals partners, ouders en vrienden, die vaak met veel vragen zitten. En het zijn zorgverleners die beter willen begrijpen wat er tijdens een psychose gebeurt, bij de persoon zelf en in de omgeving.
Herken je deze ervaringen? Dan is ook jouw ervaringsverhaal hier welkom. Dat is jouw eigen verhaal over wat je meemaakte, kort of lang, in je eigen woorden. Als je wilt, kan dat volledig anoniem, dus zonder je naam of andere gegevens waardoor iemand je kan herkennen.
Wat is psychose?
Bij een psychose verlies je tijdelijk het contact met de werkelijkheid. Voor buitenstaanders is het een van de moeilijkste problematieken om zich iets bij voor te stellen. Veel mensen weten niet wat het betekent om stemmen te horen, of om dingen te zien en te horen die er niet zijn. Zorgverleners spreken dan van hallucinaties: waarnemingen zonder dat er iets is om waar te nemen. Daarnaast zijn er wanen. Een waan is een vaste overtuiging die anderen niet delen en die je niet kunt loslaten, ook niet wanneer iemand het tegendeel probeert aan te tonen. Je raakt er bijvoorbeeld van overtuigd dat je gevolgd wordt, of dat een bericht op de radio speciaal voor jou bedoeld is. Soms lopen je gedachten zo door elkaar dat een gewoon gesprek onmogelijk wordt. Dat heet verward of gedesorganiseerd denken. Samen noemt men dit de positieve symptomen. “Positief” betekent hier niet “goed”, maar dat er iets bijkomt wat er normaal niet is. Voor wie het meemaakt, voelt dat allemaal heel echt.
Minstens even belangrijk, maar veel minder bekend, zijn de negatieve symptomen. “Negatief” betekent hier dat er iets wegvalt. Denk aan emotionele afvlakking, ook affectvervlakking genoemd: je voelt minder, en dat zie je ook aan je gezicht en je stem. Je trekt je terug van de buitenwereld, wilt alleen zijn en raakt stilaan in een isolement. Ook je zin en energie om dingen te doen kunnen verdwijnen. Omdat die signalen zo stil zijn, worden ze vaak over het hoofd gezien. Bovendien lijken de eerste tekenen van een nieuwe psychose er sterk op, waardoor niet altijd opgemerkt wordt dat het opnieuw aan het mislopen is. Zo kan het sluipend erger worden, tot iemand uiteindelijk in een hevige psychotische decompensatie belandt. Decompensatie betekent dat het innerlijke evenwicht het begeeft: wat je tot dan toe recht hield, houdt het niet meer, en de psychose breekt in volle kracht door. Op dat moment is een opname vaak onvermijdelijk. Een psychose kan iedereen overkomen, en herstel is mogelijk.
Wat helpt
Wat helpt, verschilt van persoon tot persoon. Voor de een is dat medicatie, zoals antipsychotica: medicijnen die psychotische klachten kunnen verminderen. Voor de ander is dat een gesprek met een psycholoog, begeleiding door een mobiel team dat bij je thuis langskomt, of een opname wanneer het thuis niet meer lukt. Daarnaast zijn er copingstrategieën. Dat zijn manieren om zelf met moeilijke momenten om te gaan, zoals een vast slaapritme aanhouden, gaan wandelen of opschrijven wat er in je hoofd omgaat. Ook cannabis en andere drugs vermijden is belangrijk, omdat die een psychose kunnen uitlokken of verergeren. En vaak maakt menselijke verbinding het grootste verschil: iemand die naast je blijft, ook als je verward bent, of een zorgverlener die je bij je naam noemt en echt naar je kijkt.
Vroege signalering en preventie
Hoe sneller iemand de juiste hulp krijgt, hoe groter de kans op een goed herstel. Daarom zijn vroege signalering en preventie zo belangrijk. Vroege signalering betekent dat je de eerste, vaak kleine signalen van een psychose op tijd herkent. Iemand slaapt bijvoorbeeld veel slechter, trekt zich terug van vrienden of wordt wantrouwiger. Soms krijgen gewone dingen plots een speciale betekenis, of wordt iemand overgevoelig voor geluid en drukte. Preventie betekent proberen te voorkomen dat een psychose ontstaat, terugkomt of erger wordt. Een signaleringsplan kan daarbij helpen. Dat is een persoonlijk plan waarin staat wat jouw eerste signalen zijn en wat jij en je omgeving dan kunnen doen. Ook op tijd hulp vragen bij je huisarts en je naasten betrekken maken een groot verschil.