Het maanlicht verdooft.
Zes weken zonder slaap,
lijken wel zes eeuwen.
Haar geest?
Versplinterd.
Haar gedachten?
Oncontroleerbaar.
Stemmen dwingen haar
om te beschadigen,
terwijl de vloer reeds gromt,
onder haar zonden.
Schimmen wikkelen zich
rondom haar lichaam,
sissend als een slang.
“Steek! Snijd! Scheur!”
Een achtergelaten kinderknuffel,
ooit een bron van troost,
nu opengescheurd,
onthoofd!
De smurrie van wakke linzen en bloed,
druipen als ingewanden
tussen haar vingers.
Geen spijt,
geen berouw.
Alleen de echo van haar daden,
gesmoord in de kilte
van een lafhartige nacht.
Reactie plaatsen
Reacties