Om negen uur staat de kine al klaar,
ik wil naar buiten, de lucht is zwaar,
een sigaret na de lange nacht.
Terug in de kamer,
waar het bed lief op me wacht,
het leed ietwat verzacht.
Ik verlang zo naar slaap,
negeer het trappertje van de beul.
Geen denken aan,
ik zet me niet voor aap!
De morgen reeds lang aangebroken,
maar ik blijf onder mijn deken gedoken.
Reactie plaatsen
Reacties