Ze zeggen dat ik therapie-ontrouw ben.
Dat ik medicijnen behandel zoals sokken in de was:
sommige verdwijnen, sommige draag ik niet meer,
sommige draag ik dubbel, uit pure chaos.
Daarom mocht ik kiezen tussen:
A) Een maandelijkse injectie.
Geen gedoe, constante spiegel, één prik en de psychiatrie is even tevreden.
Maar ook: een naald die zich nestelt in mijn huid, een chemisch slot op mijn autonomie.
en:
B) Dagelijkse controle.
Elke ochtend een witte jas aan mijn deur,
als een jehova’s getuige met farmaceutische folders.
“Even kijken, even zeker zijn.”
Alsof ik een verdachte ben in mijn eigen woonst.
Ik koos voor het laatste. Ik weet niet waarom.
Misschien dacht ik dat ik zo de illusie van keuze behield.
Misschien was het een wanhoopspoging
om mezelf te bewijzen
dat ik nog iets te zeggen had over mijn eigen brein.
Maar na weken van geobserveerd slikken,
van ochtenden waarin mijn autonomie steeds verder afbrokkelt,
begint de eerste optie verleidelijk te klinken…
Reactie plaatsen
Reacties